Verschil tussen na en naar uitgelegd met voorbeelden
De woorden na en naar lijken op elkaar, maar betekenen iets anders en kun je niet door elkaar gebruiken. Ze zorgen allebei voor verwarring bij veel schrijvers. In dit artikel lees je duidelijk wanneer je na schrijft en wanneer juist naar, inclusief handige voorbeeldzinnen.
Wanneer gebruik je na?
Je gebruikt na als het gaat over tijd. Het geeft aan dat iets later gebeurt dan een ander moment, een gebeurtenis of een bepaalde handeling. Je zou na vaak kunnen vervangen door later dan of nadat. Als dat goed klinkt, is na meestal juist.
Voorbeelden zijn: na het eten ga ik schrijven, na een moeilijke dag pak ik mijn dagboek erbij of na afloop van de cursus schreef ik beter. In al deze zinnen lees je een volgorde in de tijd: eerst gebeurt er iets, daarna volgt iets nieuws.
Wanneer gebruik je naar?
Je gebruikt naar als het gaat over richting of een bestemming. Het geeft aan waar iets of iemand heen gaat, in letterlijke of figuurlijke zin. Vaak kun je naar vervangen door in de richting van of op weg naar.
Voorbeelden zijn: ik ga naar huis, we lopen naar de trein of ik stuur de brief naar de uitgever. Ook bij figuurlijke beweging gebruik je naar, zoals in ze werkt naar een duidelijk doel toe.
Handige truc om na en naar te onthouden
Een eenvoudige manier om minder snel te twijfelen is deze: denk bij na aan tijd en bij naar aan richting. Stel jezelf steeds de vraag: gaat de zin over wanneer iets gebeurt of waar iets heen gaat. Gaat het om tijd, kies dan voor na. Gaat het om een richting of een bestemming, schrijf dan naar.
Je kunt jezelf helpen door de zin kort te herschrijven. Als je er probleemloos later dan of nadat in kunt zetten, is na juist. Als je er in de richting van of op weg naar bij kunt denken, is naar de goede keuze. Met een paar extra controles tijdens het schrijven wordt het snel een gewoonte.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt
Een veelgemaakte fout is het zinnetje ik denk na huis. Dat moet zijn: ik denk na of ik ga naar huis. In de eerste versie gaat het om nadenken, dus tijd en handeling, in de tweede om een richting. Ook zinnen als na mijn werk fiets ik naar de supermarkt laten beide woorden duidelijk zien. Eerst een tijdsvolgorde, daarna een richting.
Neem bij twijfel even de tijd om de zin hardop te lezen. Door bewust te luisteren naar de betekenis merk je vaak vanzelf of het om tijd of om richting gaat. Zo groeit stap voor stap je gevoel voor het juiste gebruik van na en naar in je eigen teksten.